Werk


‘t Is gedaan met het gedaag!

[mijn gebrom over het gebrek aan fatsoensnormen]

Ik mag me gelukkig prijzen. Want alhoewel ik niet gezegend ben met een uitgesproken sportieve inborst (en dus met een onweerstaanbare jeuk me voortdurend voor iedereen en mezelf te bewijzen), wil ik bij mooi weer nog wel eens een rondje fietsen. Het geluk zit erin ‘het buiten’ op redelijk korte afstand te hebben. Dus om uit de waan van alledag los te komen, hoef ik niet extreem veel kilometers te maken.

En zo kan het gebeuren dat ik binnen tien, hooguit vijftien minuten tussen de akkers door pedaleer, een bospaadje kies of een gammel houten bruggetje passeer. Tussendoor genietend van vrolijk fluitende vogels, een grazende koe of het vergezicht van een ploeterende boer. Nederland en natuur op z’n mooist. Totdat…. ja, totdat ik plots weer mensen tegenkom. Zo uit het niets en in het niets, geen wifi, geen draadjes noch beeldschermen… gewoon mensen. Nu zou je geneigd zijn te denken dat rasgenoten elkaar herkennen, of wellicht zelfs begroeten. Maar nee, middenin een niet-mensen wereld kan een herkenbaar da-ag er niet meer af. We slaan onze ogen neer en passeren elkaar zo snel als mogelijk om maar geen contact te hoeven hebben, laat staan een dag of goedemiddag te laten klinken.

Het rammelt dus behoorlijk tussen zender en ontvanger. Er zit veel ruis op de lijn. Maar ik blijf het proberen. Ik blijf mijn zender afstemmen op al degenen die ik op mijn fietstochtje passeer. Blijf da-ag en goedemiddag roepen. Al is het alleen maar om te laten weten dat ik mens ben.