Werk


Geen titel, maar wat wáren ze dichtbij…

[tekst voor de Posten, waarin verslag wordt gedaan van het NK Scootmobiel op het race-circuit in Zandvoort.
Zes bewoners van het Enschedese woonzorgcentrum namen er aan deel
]

Het is woensdagmorgen kwart voor zeven als meneer Nieuwenhuis en meneer Hobbelink al kant en klaar in de recreatieruimte zitten, wachtend op wat er komen gaat. Twee journalistes van de regionale krant zijn op dat moment onderweg naar het appartement op de eerste verdieping om meneer Mulder op te halen. Het is al snel duidelijk dat deze woensdag geen gewone dag zal worden voor de mannen. Samen met de dames Smit en Bijkerk én met meneer Bijker vormen zij namelijk het uitverkoren team dat het woonzorgcentrum de Posten in Zandvoort zal vertegenwoordigen tijdens het allereerste NK Scootmobiel.

Een halfuur later hebben ze, bepakt en bezakt, een plekje in de bus gevonden om samen met ergotherapeute Manon Bink en Manon Agterbosch, de IG-verzorgende, de rit naar het racecircuit te ondernemen. Ze worden uitgezwaaid door Rick Hogenboom, de directeur en enkele supporters. Bijna tweeëneenhalf uur later bereiken ze de plaats van bestemming. Hun arena voor deze ene dag.

Minister Hugo de Jonge en prins Bernard jr.
Even eerder al heeft minister Hugo de Jonge het kampioenschap officieel geopend. Hij refereert aan het overstijgende doel van de dag; veiliger rijden met de scootmobiel én vereenzaming voorkomen. Op het moment dat de minister samen met een aantal anderen door prins Bernard jr. (de eigenaar van het circuit) wordt weggevlagd om een korte race te rijden, stijgt er applaus op. Én de nodige hilariteit, want iedereen gaat van start, behalve de minister. Hij krijgt zijn vervoermiddel niet aan de praat.

Als het de Posten team de speciaal voor hen gereserveerde pitstop bereikt, wordt er eerst een bekertje koffie gedronken. Meer dan verdiend na zo’n lange reis. Bovendien is het nog verrassend fris, wat extra dekentjes doen wonderen. Maar dan begint het toch echt. Het team dient zich te melden op het oefenterrein om in de gereedstaande karretjes enkele vaardigheden aan te leren. Een bochtje, wat hobbels, achteruit inparkeren en slalommen. Hobbelink en Mulder discussiëren dan over het effect van de vierwielers, in Enschede zijn ze immers exemplaren met drie wielen gewend. “Een hogere actieradius”, aldus Hobbelink; “een grotere draaicirkel” merkt Mulder op. Maar al met al is het team content, al ziet mevrouw Smit toch van deelname af. “Nee, ik vind het allemaal gewoon een beetje te eng”, zo zegt ze.

Meneer Bijker als eerste
In de middagpauze breekt het zonnetje door. De meegebrachte broodjes vinden gretig aftrek en de beide dames zoeken een mooi plekje op langs de rand van het parcours waar ’s middags de verschillende heats verreden zullen worden. Als eerste is om 13.00 uur meneer Bijker aan de beurt. Hij krijgt een groen hesje met rugnummer 5 en als ‘ie eenmaal zit volgt er een grote witte helm. Je weet immers maar nooit…. Maar het gaat goed en hij eindigt zelfs als derde.

In heat 3 mag meneer Mulder aan de bak. Ook hij komt goed uit de startblokken, maar moet direct al in de rem om een meerijdende camera te ontwijken. Mopperend komt ook hij als derde over de finish. “Ik had er meer van verwacht, maar werd duidelijk gehinderd. Ik ga een protest indienen,” klinkt het strijdlustig. En dat lukt, hij mag het enkele heats later nóg eens proberen. Maar het gehannes met een tennisballetje dat hij halverwege de ronde van een pion moet plukken, breekt hem op. Weer derde.

Voor het Enschedese team lijkt het noodlot toe slaan, want ook meneer Nieuwenhuis ziet bij nader inzien af van deelname. ”Ik ken mezelf, mijn zicht is vandaag niet goed. In combinatie met de felle zon vraagt dat om ongelukken. En dat wil ik niet.” Toch zit de pechvogel niet bij de pakken neer, hij benut de dag om lekker overal rond te kijken en even naar het racecircuit iets verderop te gaan en daar de voorbijscheurende auto’s van dichtbij te aanschouwen.

Er gloort iets moois
Rond kwart voor twee wordt nummer 23 opgeroepen om aan de start te verschijnen. Het is meneer Hobbelink. Hij oogt gretig en zelfverzekerd. ’s Morgens in de bus was ‘ie via een telefoonverbinding al live op Radio 1 waar hij beloofde vandaag voor de winst te zullen gaan. Het blijken geen loze woorden. Door het geknoei van zijn tegenstanders bereikt hij, met een blik van ‘ik zei het toch!’ als eerste de finish. Hobbelink mag door naar de volgende ronde, die hij een tijdje later wederom weet te winnen. Er gloort iets moois aan de inmiddels felblauwe horizon.

Maar eerst mag mevrouw Bijkerk in de een-na-laatste heat nog een poging wagen. Ze laat zich niet van de wijs brengen, rijdt haar ronde met een stralend gezicht, maar eindigt helaas op de laatste plaats. “Hindert niks, ik vond het hartstikke mooi en ga nu weer lekker in het zonnetje zitten”, zegt ze.

Noodlot
Net vóór de semifinales slaat echter het eerder gevreesde noodlot toe. Er doen zich enkele botsingen voor en één mevrouw komt zelfs zo ongelukkig ten val dat ze ruim 20 minuten lang door de aanwezige EHBO-ers en ambulancepersoneel behandeld moet worden. De organisatie besluit daarop de spelregels aan te passen. Enkele hobbels worden uit het parcours verwijderd, de maximumsnelheid wordt teruggebracht van 17 naar 9 kilometer en in plaats van 6 staan er nu maar 4 deelnemers tegenover elkaar.

De strijdlust en het geloof in eigen kunnen nemen hand over hand toe bij Hobbelink. Aan alles is te merken dat de plotselinge favoriet zich niet van de wijs laat brengen door de incidenten. Als hij in de derde semifinale opnieuw als eerste over de streep komt, belt hij maar even met zijn kleinzoon. “Opa staat in de finale, het gaat de goede kant op”, zo deelt hij zijn trots. Niet wetende dat er eerst nog een halve finale volgt. Ook De Telegraaf en de lokale omroep melden zich ondertussen bij de Enschedese favoriet. “Degene die als eerste over de finish komt, is de winnaar”, klinkt het stoïcijns.

Dan volgt de halve finale, waarin twee keer drie deelnemers onderling uitmaken wie er in de finale zullen uitkomen. Meneer Hobbelink kiest voor de buitenbaan en als hij samen met twee anderen van start gaat, ziet ‘ie uit zijn ooghoeken al dat de tegenstander in de binnenbaan wel héél snel vertrekt. Misschien zelfs wel iets té snel. Hoe dan ook, de direct al opgelopen achterstand valt niet meer in te halen. Als derde en laatste bereikt hij de eindstreep.

‘Hartstikke moe’
Wat rest is tevredenheid. Hobbelink: “Ik heb mijn best gedaan, volgend jaar wil ik winnen.” Het is dan inmiddels bijna vier uur, de hoogste tijd om de thuisreis te aanvaarden. Er wordt eerst nog even een groepsfoto gemaakt en dan vertrekken de helden van de Posten weer richting Enschede. Een lange, enerverende dag zit erop. Mevrouw Smit draait er dan ook niet omheen. “Ik ben nu ook hartstikke moe”, zegt ze. “Vanmorgen om zes uur was ik al op de been. Ik denk zo in de bus wel een dutje te zullen doen.” Luid claxonnerend verdwijnt de Posten bus dan met de zwaaiende, trotse en dankbare kanjers uit het zicht.